ECLI:NL:RBDHA:2024:9494
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op aanvraag machtiging voorlopig verblijf nareis
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op de aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis voor haar en haar minderjarige kinderen. De aanvraag werd ingediend op 23 februari 2023, waarna verweerder de beslistermijn verlengde, maar uiteindelijk niet binnen de wettelijke termijn van 90 dagen een besluit nam. De ingebrekestelling vond plaats op 29 augustus 2023, waarna het beroep tijdig op 15 september 2023 werd ingesteld.
De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk gegrond is en legt op grond van artikel 8:55d van de Awb een nadere beslistermijn van twintig weken op, aangezien het hier een bijzonder geval betreft gezien de aard van de aanvraag voor gezinshereniging bij een houder van een asielvergunning. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €7.500 opgelegd voor het niet naleven van deze termijn.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank verweerder tot betaling van de reeds verbeurde bestuurlijke dwangsommen van €1.442, de proceskosten van €437,50 en de vergoeding van het griffierecht van €184. De uitspraak is gedaan door rechter A.C.J. van Dooijeweert en openbaar gemaakt op 12 juni 2024.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en legt een nadere beslistermijn van twintig weken op met een dwangsom bij overschrijding.