ECLI:NL:RBDHA:2024:9496
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op aanvraag machtiging voorlopig verblijf
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf met het verblijfsdoel ‘Verblijf als familie- of gezinslid’. De rechtbank oordeelt dat het beroep tijdig en gegrond is omdat verweerder niet binnen de wettelijke beslistermijn heeft beslist.
Verweerder had uiterlijk op 17 april 2023 moeten beslissen, maar heeft dit nagelaten. Eiser stelde verweerder op 10 mei en 10 augustus 2023 rechtsgeldig in gebreke en diende vervolgens op 29 augustus 2023 beroep in. De rechtbank stelt vast dat verweerder geen bijzonder geval heeft aangetoond om de beslistermijn te verlengen.
De rechtbank draagt verweerder op binnen twee weken na dagtekening van de uitspraak alsnog een besluit te nemen en legt een dwangsom van €100 per dag op bij overschrijding, met een maximum van €7.500. Tevens veroordeelt zij verweerder in de proceskosten van €437,50 en de vergoeding van het griffierecht van €184.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen twee weken alsnog een besluit te nemen onder dreiging van een dwangsom.