ECLI:NL:RBDHA:2024:9508
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken van beroepsgronden bij afwijzing verblijfsvergunning
Eiser diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 29 augustus 2022 werd afgewezen. Eiser maakte bezwaar tegen dit besluit, maar dit bezwaar werd op 6 juli 2023 niet-ontvankelijk verklaard omdat eiser geen gronden voor het bezwaar had vermeld.
Tegen dit bestreden besluit stelde eiser beroep in bij de rechtbank Den Haag. De rechtbank beoordeelde het beroep zonder zitting en stelde vast dat eiser in het beroepschrift geen gronden had vermeld waarop hij het niet eens was met het besluit. De rechtbank gaf eiser meerdere kansen om dit te herstellen, waaronder een brief op 1 augustus 2023 en een aangetekende brief op 21 augustus 2023, maar eiser heeft geen gronden ingediend.
Omdat eiser geen verontschuldiging voor dit verzuim heeft gegeven, verklaarde de rechtbank het beroep kennelijk niet-ontvankelijk. Dit betekent dat het beroep niet inhoudelijk werd behandeld en het bestreden besluit in stand blijft. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig vermelden van de beroepsgronden.