ECLI:NL:RBDHA:2024:9517
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens prematuur ingediende ingebrekestelling bij mvv-aanvraag nareis
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op de aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis voor haar en haar minderjarige kinderen. De aanvraag was op 14 juni 2023 ingediend en de beslistermijn, inclusief verlenging, liep tot uiterlijk 20 december 2023.
Eiseres stelde verweerder op 14 december 2023 in gebreke, maar deze ingebrekestelling werd pas op 19 december 2023 ontvangen, terwijl de beslistermijn op dat moment nog niet was verstreken. Volgens artikel 6:12, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan beroep pas worden ingesteld nadat twee weken zijn verstreken na ontvangst van een ingebrekestelling.
De rechtbank oordeelt dat de ingebrekestelling prematuur was en dat daardoor niet aan de vereisten voor het instellen van beroep is voldaan. Het beroep wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter A.C.J. van Dooijeweert en openbaar gemaakt op 13 juni 2024.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens prematuur ingediende ingebrekestelling.