ECLI:NL:RBDHA:2024:9518
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op aanvraag machtiging voorlopig verblijf nareis
Eisers hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op een aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis. De aanvraag werd op 25 juli 2023 ingediend en ontvangen op 31 juli 2023. Verweerder had op grond van de Vreemdelingenwet 2000 binnen 90 dagen moeten beslissen, met een verlenging van drie maanden, waardoor de uiterste beslistermijn op 29 januari 2024 lag. Deze termijn is verstreken zonder besluit.
De rechtbank stelt vast dat verweerder op 9 februari 2024 rechtsgeldig in gebreke is gesteld en dat het beroep op 26 februari 2024 tijdig is ingediend. De rechtbank acht het beroep kennelijk gegrond en bepaalt dat verweerder binnen twintig weken na verzending van de uitspraak alsnog een besluit moet nemen. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag opgelegd met een maximum van €7.500 voor overschrijding van deze termijn.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank verweerder tot betaling van de verbeurde bestuurlijke dwangsommen van €1.442 en de proceskosten van eisers van €437,50, alsmede de vergoeding van het griffierecht van €187. De uitspraak is gedaan door rechter A.C.J. van Dooijeweert op 13 juni 2024 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt verweerder op binnen twintig weken alsnog een besluit te nemen met een dwangsomregeling.