ECLI:NL:RBDHA:2024:9519
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op mvv-aanvraag nareis
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis. De aanvraag werd op 12 oktober 2022 ingediend en bevestigd op 31 oktober 2022. Verweerder had uiterlijk op 29 april 2023 moeten beslissen, maar heeft dat nagelaten. Eiser stelde verweerder op 23 november 2023 rechtsgeldig in gebreke en diende op 19 februari 2024 het beroep in, dat tijdig werd geacht.
De rechtbank overweegt dat het niet tijdig nemen van een besluit gelijkstaat aan een besluit en dat bij aanvragen om gezinshereniging bij asielvergunninghouders sprake is van een bijzonder geval. Daarom wordt een langere beslistermijn dan de standaard twee weken opgelegd. Gelet op het dossier en het feit dat verweerder nog niet inhoudelijk naar de aanvraag heeft gekeken, bepaalt de rechtbank dat verweerder binnen twintig weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit moet nemen.
Daarnaast wordt verweerder veroordeeld tot betaling van een dwangsom van €100 per dag bij overschrijding van deze termijn, met een maximum van €7.500, en tot betaling van reeds verbeurde bestuurlijke dwangsommen van €1.442. Verweerder wordt ook veroordeeld in de proceskosten van €437,50 en moet het griffierecht van €184 vergoeden. De uitspraak is gedaan door rechter A.C.J. van Dooijeweert op 13 juni 2024.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen twintig weken een besluit te nemen met een dwangsomregeling.