ECLI:NL:RBDHA:2024:9521
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op aanvraag machtiging tot voorlopig verblijf in kader nareis
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis. De aanvraag werd op 24 oktober 2022 ontvangen door verweerder, die op grond van de Vreemdelingenwet 2000 binnen 90 dagen moest beslissen. Deze termijn werd verlengd met drie maanden, waardoor uiterlijk 22 april 2023 een besluit had moeten worden genomen. Dit is niet gebeurd.
Eiser stelde verweerder op 8 augustus 2023 rechtsgeldig in gebreke en diende vervolgens op 19 februari 2024 beroep in. De rechtbank oordeelt dat het beroep tijdig en kennelijk gegrond is. Gelet op de bijzondere aard van de zaak, waarbij het gaat om gezinshereniging bij een houder van een asielvergunning, legt de rechtbank een langere beslistermijn op dan de standaard twee weken.
De rechtbank bepaalt dat verweerder binnen twintig weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit moet nemen. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag opgelegd voor overschrijding van deze termijn, met een maximum van €7.500. Verweerder wordt veroordeeld tot betaling van reeds verbeurde bestuurlijke dwangsommen van €1.442, proceskosten van €437,50 en vergoeding van het griffierecht van €187.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt verweerder op binnen twintig weken alsnog een besluit te nemen onder oplegging van een dwangsom.