ECLI:NL:RBDHA:2024:9525
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens te late indiening beroepsgronden in verblijfsvergunningzaak
Eiser heeft op 7 februari 2022 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met als doel arbeid als zelfstandige. Deze aanvraag is bij besluit van 2 mei 2022 afgewezen. Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen deze afwijzing, maar dit bezwaar is op 27 november 2023 ongegrond verklaard.
Hiertegen heeft eiser beroep ingesteld bij de rechtbank. De rechtbank heeft het beroep zonder zitting behandeld op grond van artikel 8:54 van Pro de Awb. De kern van het geschil betrof de tijdige indiening van de beroepsgronden.
De rechtbank constateerde dat de beroepsgronden te laat zijn ingediend. Hoewel eiser een hersteltermijn van vier weken kreeg om de gronden alsnog in te dienen, werden deze pas na afloop van die termijn ingediend. Hierdoor is het beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank zag geen reden om proceskosten toe te wijzen.
De uitspraak is gedaan door rechter E.F. Bethlehem en griffier A.A.M. Mangroe op 13 juni 2024 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening van de beroepsgronden.