Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser V-nummer: [V-nummer]
Procesverloop
Overwegingen
Zicht op uitzetting en het voortvarendheidsvereiste
Ambtshalve toetsing
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, van Marokkaanse nationaliteit, heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van de maatregel van bewaring die op 14 februari 2024 door de Staatssecretaris is opgelegd op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser betoogt dat er geen zicht is op uitzetting naar Marokko en dat de Staatssecretaris onvoldoende voortvarend handelt, ondanks zijn volledige medewerking.
De rechtbank verwijst naar een eerdere uitspraak van 18 april 2024 waarin de rechtmatigheid van de maatregel tot dat moment is bevestigd. De beoordeling richt zich daarom op de periode daarna. De rechtbank constateert dat de Staatssecretaris op 25 april 2024 een vertrekgesprek heeft gevoerd, wat als vertrekhandeling geldt, en regelmatig rappelleert bij de Marokkaanse autoriteiten, laatstelijk op 7 mei 2024.
De rechtbank oordeelt dat het aan de Staatssecretaris is om de wijze van rappelleren te bepalen en dat de looptijd van de aanvraag voor een laissez passer te kort is voor een extra rappel. De aanwezigheid van identiteitsdocumenten en medewerking van eiser rechtvaardigen geen andere handelwijze. De rechtbank concludeert dat er onverkort zicht is op uitzetting en dat de Staatssecretaris voldoende voortvarend handelt.
Daarom wordt het beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.