ECLI:NL:RBDHA:2024:9647

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
10 mei 2024
Publicatiedatum
20 juni 2024
Zaaknummer
NL24.19360
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 59 Vreemdelingenwet 2000
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling voortduring maatregel van bewaring in vreemdelingenrecht

De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 1 februari 2024 een maatregel van bewaring opgelegd aan eiser op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. Deze maatregel duurt voort en de rechtbank heeft de rechtmatigheid hiervan reeds eerder beoordeeld in een uitspraak van 29 maart 2024, waarin werd vastgesteld dat de bewaring tot 22 maart 2024 rechtmatig was.

Verweerder heeft de rechtbank geïnformeerd over de voortzetting van de maatregel door middel van een kennisgeving en een voortgangsrapportage. Deze kennisgeving wordt gelijkgesteld met een beroep van eiser, die hierop heeft gereageerd. De rechtbank besloot het vooronderzoek te sluiten en het onderzoek ter zitting achterwege te laten.

De rechtbank heeft ambtshalve de rechtmatigheid van de voortzetting van de maatregel beoordeeld en concludeert dat er geen gronden zijn om te oordelen dat niet langer aan de rechtmatigheidsvoorwaarden wordt voldaan. De voortzetting van de maatregel van bewaring is derhalve rechtmatig. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: De rechtbank bevestigt de rechtmatigheid van de voortzetting van de maatregel van bewaring en verklaart het beroep ongegrond.

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL24.19360
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. R.M. Seth Paul),
en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.

Procesverloop

Verweerder heeft op 1 februari 2024 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort.
De rechtbank heeft de rechtmatigheid van deze maatregel van bewaring al eerder getoetst. Uit de uitspraak van deze zittingsplaats van 29 maart 2024 (in de zaak NL24.11530) volgt dat de bewaring tot het moment van sluiten van dat onderzoek op 22 maart 2024 rechtmatig was.
Verweerder heeft de rechtbank door middel van een kennisgeving van de voortduring van de maatregel in kennis gesteld en een voortgangsrapportage overgelegd. Deze kennisgeving wordt gelijkgesteld met een door eiser ingesteld beroep. Eiser heeft op de kennisgeving een reactie gegeven.
De rechtbank heeft het vooronderzoek op 8 mei 2024 gesloten en bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft.

Overwegingen

1. Eiser verzoekt de maatregel van bewaring ambtshalve te toetsen.
2. De rechtbank ziet in de door verweerder en eiser verstrekte gegevens geen grond om ambtshalve tot het oordeel te komen dat aan de rechtmatigheidsvoorwaarden voor deze maatregel niet (langer) is voldaan.
2. De rechtbank komt tot de conclusie dat de voortduring van de maatregel van bewaring van eiser nog steeds rechtmatig is. Hieruit vloeit voort dat er geen aanleiding is om een proceskostenveroordeling toe te kennen.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. N.M. Spelt, rechter, in aanwezigheid van N. Dayerizadeh, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
10 mei 2024

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.