ECLI:NL:RBDHA:2024:9647
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortduring maatregel van bewaring in vreemdelingenrecht
De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 1 februari 2024 een maatregel van bewaring opgelegd aan eiser op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. Deze maatregel duurt voort en de rechtbank heeft de rechtmatigheid hiervan reeds eerder beoordeeld in een uitspraak van 29 maart 2024, waarin werd vastgesteld dat de bewaring tot 22 maart 2024 rechtmatig was.
Verweerder heeft de rechtbank geïnformeerd over de voortzetting van de maatregel door middel van een kennisgeving en een voortgangsrapportage. Deze kennisgeving wordt gelijkgesteld met een beroep van eiser, die hierop heeft gereageerd. De rechtbank besloot het vooronderzoek te sluiten en het onderzoek ter zitting achterwege te laten.
De rechtbank heeft ambtshalve de rechtmatigheid van de voortzetting van de maatregel beoordeeld en concludeert dat er geen gronden zijn om te oordelen dat niet langer aan de rechtmatigheidsvoorwaarden wordt voldaan. De voortzetting van de maatregel van bewaring is derhalve rechtmatig. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt de rechtmatigheid van de voortzetting van de maatregel van bewaring en verklaart het beroep ongegrond.