ECLI:NL:RBDHA:2024:9654

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
29 april 2024
Publicatiedatum
20 juni 2024
Zaaknummer
AWB - 24 _ 3179
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:83 AwbArt. 34, tweede lid, aanhef en onder b, AMARArt. 35, eerste lid, AMARArt. 39, tweede lid, aanhef en onder l, AMAR
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek ordemaatregel in zaak ontslag en schorsing militair wegens wangedrag

De voorzieningenrechter van de Rechtbank Den Haag heeft op 29 april 2024 uitspraak gedaan over het verzoek van een militair om een ordemaatregel te treffen in afwachting van de behandeling van zijn voorlopige voorziening tegen ontslag en schorsing wegens wangedrag.

De militair was per 15 maart 2024 geschorst met behoud van salaris en per 1 mei 2024 ontslagen. Hij verzocht om een ordemaatregel omdat hij vóór de ontslagdatum verplicht was zijn persoonlijke gevechtsuitrusting in te leveren en zich medisch te laten uitkeuren, wat volgens hem moeizaam verliep.

De voorzieningenrechter oordeelde dat de gestelde gevolgen niet direct en onomkeerbaar dreigen te zijn en dat de zaak zich niet leent voor het treffen van een ordemaatregel. Tevens wees hij op de geplande zitting voor de voorlopige voorziening op korte termijn. Het verzoek om een ordemaatregel werd daarom afgewezen.

De uitspraak is op 30 mei 2024 in het openbaar uitgesproken en er staat geen hoger beroep of verzet tegen open.

Uitkomst: Het verzoek om een ordemaatregel wordt afgewezen in afwachting van de behandeling van de voorlopige voorziening over ontslag en schorsing.

Uitspraak

Rechtbank DEN Haag
Bestuursrecht
zaaknummers: SGR 24/3177 en SGR 24/3179
beslissing van de voorzieningenrechter van 29 april 2024 op het verzoek om een ordemaatregel te treffen hangende het verzoek om voorlopige voorziening van

[verzoeker] , te [woonplaats] , verzoeker

(gemachtigde mr. J. Visscher),
tegen
de commandant 12 Infanteriebataljon AASLT Regiment van Heutsz, verweerder (in SGR 24/3177)

de staatssecretaris van Defensie, verweerder (in SGR 24/3179)

(gemachtigde: mr.drs. M. Frishert).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de voorzieningenrechter het verzoek van verzoeker om
een ordemaatregel te treffen.
1.1.
Bij besluit van 15 maart 2024 heeft de Commandant 12 Infanteriebataljon AASLT
Regiment van Heutz verzoeker meegedeeld dat hij wordt voorgedragen voor ontslag wegens wangedrag. Met ingang van 15 maart 2024 wordt verzoeker in verband hiermee geschorst, met behoud van salaris. [1]
1.2.
Bij besluit van 18 april 2024 heeft de staatssecretaris van Defensie verzoeker
ontslag verleend wegens wangedrag per 1 mei 2024. [2]
1.3.
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen deze besluiten. Voorts heeft hij de
voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen (SGR 24/3177 - schorsing en SGR 24/3179 - ontslag). Hij heeft de voorzieningenrechter verzocht om uiterlijk 30 april 2024 om 12.00 uur een ordemaatregel te treffen voorafgaand aan behandeling van de voorlopige voorziening.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. De voorzieningenrechter ziet aanleiding om met toepassing van artikel 8:83, vierde
lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak te doen.
3. Verzoeker heeft verzocht om een ordemaatregel te treffen, omdat hij vóór de
ontslagdatum van 1 mei 2024 de verplichting heeft om zijn persoonlijke gevechtsuitrusting (PGU) in te leveren en zich (medisch) te laten uitkeuren bij het gezondheidscentrum (GZHC).
3.1.
De voorzieningenrechter ziet op dit moment geen aanleiding voor het treffen van
een ordemaatregel. Verzoeker heeft opgemerkt dat het inleveren van de PGU en het uitkeuren zeer moeizaam verloopt wegens afwezigheid van betrokkenen of personeelstekort.
Van de gestelde gevolgen kan niet worden gezegd dat deze direct dreigen te gebeuren en onomkeerbaar zijn.
Deze zaak leent voorts zich niet voor het treffen van een ordemaatregel.
De verwijzing van verzoeker naar de uitspraak van de voorzieningenrechter van
5 april 2024 (ECLI:NL:RBDHA:2024:5651) maakt niet dat reeds daarom een ordemaatregel moet worden getroffen. De situatie van verzoeker dient in het licht van deze uitspraak te worden beoordeeld. Daarbij komt dat de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening op korte termijn op zitting zal behandelen.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een ordemaatregel af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G.P. Kleijn, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van
A.J. van Rossum, griffier. De beslissing is op 29 april 2024 telefonisch aan partijen meegedeeld. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 30 mei 2024.
griffier de voorzieningenrechter is
verhinderd te tekenen
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open

Voetnoten

1.Artikel 34, tweede lid, aanhef en onder b, en artikel 35, eerste lid, van het Algemeen militair ambtenarenreglement (AMAR)
2.Artikel 39, tweede lid, aanhef en onder l, van het AMAR, Aanwijzing A/925 van 28 maart 2007 (waarmee het beleid zoals eerder verwoord in de brief van de staatssecretaris van 16 april 1997