ECLI:NL:RBDHA:2024:9658
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak wegens Dublinverantwoordelijkheid Kroatië
Verzoeker heeft een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling is genomen op grond van de Dublinverordening, waarbij Kroatië als verantwoordelijke lidstaat wordt aangewezen.
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen dit besluit en tevens een voorlopige voorziening gevraagd. De voorzieningenrechter heeft het onderzoek tijdelijk geschorst vanwege het ontbreken van een tolk, waarna het verzoek samen met de beroepszaak inhoudelijk is behandeld.
De voorzieningenrechter verwijst naar de uitspraak in de hoofdzaak (zaaknummer NL24.18473) en ziet geen aanleiding om de voorlopige voorziening toe te wijzen. Het verzoek wordt daarom afgewezen zonder toekenning van proceskosten.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter N.M. van Waterschoot en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat Kroatië verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag.