ECLI:NL:RBDHA:2024:9674
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortduren maatregel bewaring en zicht op uitzetting naar Algerije
De staatssecretaris heeft op 29 maart 2024 een maatregel van bewaring opgelegd aan eiser op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding. De rechtbank heeft eerder op 15 april 2024 het eerste beroep op deze maatregel getoetst en toen geoordeeld dat de maatregel rechtmatig was tot het sluiten van het onderzoek.
In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank of de maatregel sinds 9 april 2024 nog steeds rechtmatig is. Eiser betoogde dat er geen zicht is op uitzetting binnen een redelijke termijn omdat de Algerijnse autoriteiten niet hebben gereageerd op de aangevraagde laissez-passer en een geplande presentatie niet heeft plaatsgevonden. De rechtbank stelt dat enige tijd mag worden gegund aan de autoriteiten en dat eiser niet meewerkt aan de uitzetting, wat een inspanningsverplichting is.
De rechtbank concludeert dat het beroep ongegrond is omdat er geen sprake is van strijd met het evenredigheidsbeginsel en de maatregel proportioneel blijft. Tevens wijst de rechtbank het verzoek om schadevergoeding af en ziet geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter G.W.B. Heijmans en griffier K.H.M.M. Otten op 18 juni 2024.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.