ECLI:NL:RBDHA:2024:9731
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens te vroege ingebrekestelling bij verlengde beslistermijn asielaanvraag
Eiser heeft een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend op 5 september 2023. Verweerder heeft niet tijdig op deze aanvraag beslist, waarop eiser een ingebrekestelling heeft ingediend op 21 maart 2024. Echter, sinds 27 januari 2023 is het besluit WBV 2023/3 van kracht, dat de beslistermijn voor asielaanvragen ingediend tussen 1 januari 2023 en 1 januari 2024 met negen maanden verlengt.
Eiser betwist dat de verlenging van de beslistermijn op zijn aanvraag van toepassing is en stelt dat de ingebrekestelling niet prematuur is ingediend. De rechtbank verwijst naar een eerdere uitspraak van 16 februari 2024 waarin is vastgesteld dat verweerder aannemelijk heeft gemaakt dat ten tijde van de inwerkingtreding van WBV 2023/3 sprake was van een situatie als bedoeld in artikel 42, vierde lid, aanhef en onder b, van de Vreemdelingenwet.
Omdat de beslistermijn in de zaak van eiser daardoor verlengd is tot uiterlijk 5 december 2024, is de ingebrekestelling van 21 maart 2024 te vroeg ingediend. Hierdoor is niet voldaan aan de voorwaarden voor het instellen van beroep wegens niet tijdig beslissen. De rechtbank verklaart het beroep daarom niet-ontvankelijk en wijst het verzoek om een rechterlijke dwangsom af.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de ingebrekestelling te vroeg is ingediend vanwege de verlengde beslistermijn.