ECLI:NL:RBDHA:2024:9732
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens te vroege ingebrekestelling bij verlengde beslistermijn asielaanvraag
Eiser diende op 15 augustus 2023 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Verweerder besloot niet tijdig op deze aanvraag, waarop eiser een ingebrekestelling indiende op 20 maart 2024. Volgens de geldende WBV 2023/3, die sinds 27 januari 2023 van kracht is, zijn de beslistermijnen voor asielaanvragen ingediend tussen 1 januari 2023 en 1 januari 2024 met negen maanden verlengd.
Eiser betwistte dat de situatie waarop WBV 2023/3 is gebaseerd zich voordeed en stelde dat de verlenging van de beslistermijn niet geldig was. De rechtbank verwees naar een eerdere uitspraak van 16 februari 2024 waarin werd vastgesteld dat verweerder aannemelijk heeft gemaakt dat de verlenging gerechtvaardigd was.
Hierdoor viel de aanvraag van eiser onder de verlengde beslistermijn, waardoor verweerder uiterlijk op 15 november 2024 moest beslissen. De ingebrekestelling van 20 maart 2024 was dus te vroeg ingediend, waardoor niet aan de voorwaarden voor beroep op grond van niet tijdig beslissen was voldaan.
De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk en wees een proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd gedaan door rechter R.J.A. Schaaf op 10 juni 2024 zonder zitting, na overleg met partijen.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te vroeg ingediende ingebrekestelling.