Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid waarin een maatregel van bewaring werd opgelegd op grond van de Vreemdelingenwet 2000. De maatregel is op 1 juni 2024 opgeheven. De staatssecretaris erkende dat de bewaring vanaf het begin onrechtmatig was en bood een schadevergoeding aan over drie dagen, maar dit was onvoldoende.
De rechtbank heeft vastgesteld dat eiseres daadwerkelijk vier dagen in bewaring heeft doorgebracht en dat de schadevergoeding daarom ontoereikend was. De rechtbank heeft het beroep gegrond verklaard en de schadevergoeding vastgesteld op €400,- (vier dagen à €100,-). Tevens is de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €1.750,-.
De uitspraak is gedaan door rechter Schuurman-Kleijberg en griffier ter Horst. Tegen deze uitspraak kan binnen een week hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.