ECLI:NL:RBDHA:2024:976
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vrijheidsbeperkende maatregel aan vreemdeling zonder rechtmatig verblijf
Eiseres, een vreemdeling zonder rechtmatig verblijf, werd door de staatssecretaris een vrijheidsbeperkende maatregel opgelegd, waarbij zij verplicht werd te verblijven in een specifieke gezinslocatie. Eiseres stelde dat de maatregel onzorgvuldig was voorbereid en onvoldoende gemotiveerd, mede vanwege haar ernstige psychische klachten en de impact op haar en haar minderjarige kind.
De rechtbank overwoog dat het beroep zich richt op de rechtmatigheid van de vrijheidsbeperkende maatregel en niet op de gewenste terugplaatsing naar een reguliere opvanglocatie. De staatssecretaris had terecht vastgesteld dat eiseres geen rechtmatig verblijf meer had en niet binnen de gestelde termijn Nederland had verlaten. Ook was er geen andere woonplaats of voldoende middelen van bestaan.
De rechtbank vond de motivatie van de staatssecretaris voldoende en stelde vast dat het belang van de openbare orde het opleggen van de maatregel vordert. Er was geen bewijs dat de medische omstandigheden van eiseres verblijf in de vrijheidsbeperkende locatie onmogelijk maakten. De plaatsing dient om het vertrekproces te bevorderen en opvang te waarborgen.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het beroep tegen de vrijheidsbeperkende maatregel is ongegrond verklaard en de maatregel is bevestigd.