ECLI:NL:RBDHA:2024:9766
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen prematuur ingediende ingebrekestelling asielaanvraag
Eiser diende op 22 maart 2023 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Op 14 november 2023 stelde eiser de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid in gebreke wegens het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag. Vervolgens stelde eiser op 20 januari 2024 beroep in tegen het uitblijven van een beslissing.
De rechtbank overwoog dat op grond van de Vreemdelingenwet 2000 de beslistermijn zes maanden bedraagt, met een mogelijke verlenging van negen maanden bij een groot aantal aanvragen. De rechtbank had eerder geoordeeld dat de beslistermijn rechtsgeldig was verlengd tot 22 juni 2024. De ingebrekestelling van 14 november 2023 was derhalve prematuur, omdat de verlengde beslistermijn nog niet was verstreken.
Daarom voldeed het beroep niet aan de vereisten van artikel 6:12, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht, dat een beroepschrift pas kan worden ingediend nadat een schriftelijke ingebrekestelling is ontvangen en twee weken zijn verstreken. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag is niet-ontvankelijk verklaard wegens prematuur ingediende ingebrekestelling.