ECLI:NL:RBDHA:2024:9795
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak na uitspraak op beroep
Verzoeker, van Marokkaanse nationaliteit, had een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend die door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 27 mei 2024 werd afgewezen als kennelijk ongegrond. Hiertegen stelde verzoeker beroep in en vroeg tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op 12 juni 2024 samen met een gerelateerde zaak. Op dezelfde dag werd in de hoofdzaak uitspraak gedaan, waardoor de noodzaak voor een voorlopige voorziening verviel.
De voorzieningenrechter besloot daarom het verzoek om voorlopige voorziening af te wijzen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is definitief en staat geen hoger beroep of verzet tegen open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.