ECLI:NL:RBDHA:2024:9799
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak na bestreden besluit
Verzoeker, van Tunesische nationaliteit, had een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees deze aanvraag bij besluit van 27 mei 2024 af als kennelijk ongegrond. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek om voorlopige voorziening samen met een gerelateerde zaak op 12 juni 2024 in Groningen, waarbij beide gemachtigden aanwezig waren. Op dezelfde dag werd uitspraak gedaan in het hoofdberoep (zaaknummer NL24.22295), waardoor een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk was.
De voorzieningenrechter wees daarom het verzoek om voorlopige voorziening af en zag geen aanleiding tot het opleggen van proceskosten. De uitspraak is geanonimiseerd gepubliceerd en er staat geen hoger beroep of verzet tegen open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het beroep op het bestreden besluit is behandeld.