ECLI:NL:RBDHA:2024:9803
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak Dublinprocedure
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling is genomen omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling volgens de Dublinverordening.
Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter besloot het onderzoek ter zitting achterwege te laten en sloot het onderzoek.
Op dezelfde dag deed de rechtbank uitspraak in de hoofdzaak (zaaknummer NL24.19111), waardoor de voorlopige voorziening niet meer noodzakelijk was. Om die reden wees de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en de uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter J.H. Lange in aanwezigheid van griffier S.J. Valk. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.