ECLI:NL:RBDHA:2024:9807
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak Dublinprocedure
Verzoekers hebben een verzoek ingediend tot het treffen van een voorlopige voorziening tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om hun asielaanvragen niet in behandeling te nemen, omdat België verantwoordelijk is voor de behandeling volgens de Dublinverordening.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek samen met een gerelateerde zaak op 28 mei 2024 behandeld, waarbij verzoekers niet aanwezig waren en de gemachtigde van verweerder wel. Op 12 juni 2024 heeft de rechtbank uitspraak gedaan dat het beroep in de hoofdzaak is behandeld, waardoor de voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is.
Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af en is er geen aanleiding tot een proceskostenveroordeling. De uitspraak is openbaar en er is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het beroep in de hoofdzaak is behandeld.