Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiseres] , eiseres V-nummer: [V-nummer]
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiseres, van Armeense nationaliteit, werd op 29 mei 2024 staande gehouden en vervolgens in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Zij voerde onder meer aan dat haar aanvraag om uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw Pro nog in behandeling was ten tijde van de staandehouding, en dat zij rechtmatig verblijf had. De rechtbank oordeelde dat een lopende aanvraag om uitstel van vertrek geen rechtmatig verblijf oplevert en dat de staandehouding rechtmatig was.
Eiseres stelde verder dat de staatssecretaris haar voorkeursadvocaat had moeten informeren over de voorgenomen inbewaringstelling, wat de rechtbank niet volgde vanwege het ontbreken van een dergelijke aanwijzing. Ook betwistte zij de geldigheid van het terugkeerbesluit uit 2013, maar de rechtbank stelde vast dat dit besluit ondubbelzinnig betrekking had op Armenië en rechtsgeldig was.
De staatssecretaris had de maatregel van bewaring gemotiveerd met zware gronden, waaronder het illegaal binnenkomen zonder paspoort en visum, en het zich onttrekken aan toezicht in 2023. De rechtbank vond deze gronden feitelijk juist en voldoende gemotiveerd. Het beroep op een lichter middel faalde omdat er een reëel risico was dat eiseres zich zou onttrekken aan toezicht en zij eerder geen initiatief tot vertrek had genomen.
Eiseres voerde aan dat de staatssecretaris onvoldoende voortvarend had gehandeld bij haar uitzetting, mede vanwege het niet doorgaan van een geplande vlucht op 31 mei 2024. De rechtbank concludeerde dat het verzet van eiseres bij het instappen gerechtvaardigd was door haar weigering om zelfstandig het vliegtuig in te lopen en dat de staatssecretaris niet nalatig was geweest in de aanvraag van een nieuwe vlucht.
Al met al oordeelde de rechtbank dat de maatregel van bewaring rechtmatig was en wees het beroep en het verzoek om schadevergoeding af.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.