ECLI:NL:RBDHA:2024:9826
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen niet-ontvankelijkheid asielaanvraag wegens Dublin-verantwoordelijkheid Duitsland
De verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 6 mei 2024 waarbij de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de asielaanvraag niet in behandeling heeft genomen omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag volgens het Dublin-verdrag.
De voorzieningenrechter heeft op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht zonder zitting uitspraak gedaan. Omdat de rechtbank bij een andere uitspraak op dezelfde dag al heeft beslist over het beroep, acht de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk en wijst het verzoek af.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is op 18 juni 2024 gedaan door de voorzieningenrechter S.E. van de Merbel en is zonder mogelijkheid tot hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.