De rechtbank Den Haag behandelde op 24 juni 2024 de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van het voorhanden hebben van een omgebouwd gaspistool met bijbehorende munitie en witwassen van een geldbedrag van ruim tienduizend euro.
Tijdens de terechtzitting van 10 juni 2024 werd vastgesteld dat het gaspistool en de munitie in een verborgen ruimte in de woning van verdachte aanwezig waren, waarbij verdachte zich bewust was van het wapen en de munitie. De rechtbank sprak verdachte vrij van medeplegen en van het bezit van elf stuks munitie die in een Playstationgame-hoesje werden aangetroffen, omdat onvoldoende bewijs bestond dat verdachte daarvan op de hoogte was.
Ten aanzien van het witwassen oordeelde de rechtbank dat het aangetroffen geldbedrag van meer dan tienduizend euro niet afkomstig was uit enig misdrijf, omdat verdachte en medeverdachte concrete en verifieerbare verklaringen over de herkomst hadden gegeven, ondersteund door bankgegevens.
Op basis van een psychologisch rapport werd geconcludeerd dat verdachte verminderd toerekeningsvatbaar is vanwege een chronische psychotische stoornis en verstandelijke ontwikkelingsstoornis. De rechtbank rekende het bewezen verklaarde in verminderde mate aan verdachte toe en legde een gevangenisstraf van drie weken op, met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht.
Tot slot werd het geldbedrag van 7.020 euro dat in beslag was genomen teruggegeven aan verdachte.