ECLI:NL:RBDHA:2024:9850
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Roemenië verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn asielaanvraag op grond van de Dublinverordening.
De rechtbank oordeelt dat de registratie van vingerafdrukken in Eurodac voldoende bewijs is dat eiser een asielaanvraag in Roemenië heeft ingediend. De stelling van eiser dat hij dit niet vrijwillig heeft gedaan en dat de omstandigheden in Roemenië geen asielaanvraag rechtvaardigen, wordt niet gevolgd omdat hij deze niet juridisch inhoudelijk heeft onderbouwd.
Eiser voerde aan dat artikel 17 van Pro de Dublinverordening toegepast had moeten worden vanwege de harde behandeling die hij in Roemenië zou hebben ondergaan. De rechtbank stelt vast dat eiser dit artikel niet expliciet heeft ingeroepen en dat de staatssecretaris de omstandigheden voldoende heeft gemotiveerd beoordeeld. Er is geen bewijs dat overdracht aan Roemenië van onevenredige hardheid is, noch dat er een reëel risico op strijdige behandeling bestaat.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en blijft het besluit van de staatssecretaris in stand. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.