De verkoper en kopers sloten een koopovereenkomst voor een woning met een koopprijs van €400.000,-. De kopers moesten uiterlijk 26 september 2022 een bankgarantie of waarborgsom van €40.000,- stellen, maar voldeden hier niet aan. Na ingebrekestelling ontbond de verkoper de overeenkomst en vorderde betaling van een contractuele boete.
De kopers betwistten dat een geldige koopovereenkomst tot stand was gekomen en riepen hun makelaar in vrijwaring, stellende dat deze zijn zorgplicht had geschonden. De rechtbank oordeelde dat de koopovereenkomst rechtsgeldig was, mede gelet op verklaringen van de kopers zelf over het tekenen en het zien van de woning via videogesprek.
De rechtbank stelde vast dat de makelaar als opdrachtnemer persoonlijk contractspartij was, omdat geen schriftelijke opdracht aan een vennootschap was overeengekomen en de makelaar geen bewijs leverde van andersluidende afspraken. De kopers slaagden er niet in aan te tonen dat de makelaar tekort was geschoten in zijn zorgplicht of onrechtmatig had gehandeld.
De vordering van de verkoper tot betaling van de contractuele boete van €40.000,-, vermeerderd met buitengerechtelijke incassokosten en rente, werd toegewezen. De vordering van de kopers tegen de makelaar werd afgewezen. Beide partijen werden veroordeeld in de proceskosten.