ECLI:NL:RBDHA:2024:9858
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- I.A.M. van Boetzelaer - Gulyas
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing verblijfsvergunning wedertoelating met in stand laten rechtsgevolgen
Eiser, met de Turkse nationaliteit, vroeg een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd op grond van wedertoelating aan. De staatssecretaris wees deze aanvraag af omdat eiser niet voldeed aan de vereisten van vijf jaar rechtmatig verblijf en Nederland niet het meest aangewezen land zou zijn. Tevens werd betwist dat eiser rechten kon ontlenen aan artikel 7 van Pro Besluit 1/80.
De rechtbank oordeelt dat het bestreden besluit onvoldoende gemotiveerd is, met name omdat de staatssecretaris op de zitting toegaf dat eiser wel documenten had overgelegd die het vereiste rechtmatig verblijf aantonen. Dit leidt tot vernietiging van het besluit. Echter, de rechtbank laat de rechtsgevolgen in stand omdat de staatssecretaris terecht heeft geoordeeld dat Nederland niet het meest aangewezen land is voor eiser, gezien zijn langdurige verblijf en leven in Turkije.
Verder oordeelt de rechtbank dat de rechten van eiser op grond van artikel 7 van Pro Besluit 1/80 zijn vervallen, omdat hij na zijn 18e levensjaar zonder gegronde reden in Turkije is gebleven. Ook is geen sprake van een relevante familie- of gezinsband met zijn broers in Nederland die een verblijfsrecht zou rechtvaardigen. De rechtbank veroordeelt de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van eiser.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.