ECLI:NL:RBDHA:2024:9860
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- I.A.M. van Boetzelaer - Gulyas
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens subsidiaire bescherming in Duitsland en interstatelijk vertrouwensbeginsel
Eiseres diende een tweede opvolgende asielaanvraag in die door de staatssecretaris als kennelijk ongegrond werd afgewezen. De rechtbank heeft het beroep behandeld en het patiëntendossier van eiseres, ondanks de late indiening, betrokken bij de beoordeling. De rechtbank oordeelde dat er geen strijd is met de goede procesorde en dat de medische stukken onvoldoende onderbouwing bieden voor haar psychische problemen die de tegenstrijdige verklaringen verklaren.
De rechtbank volgde de staatssecretaris in het oordeel dat Duitsland zijn internationale verplichtingen nakomt en dat eiseres en haar minderjarige zoon nog steeds een subsidiaire beschermingsstatus en recht op opvang in Duitsland hebben, ondanks het verlopen van de verblijfspas. De belangen van de minderjarige zoon zijn volgens de rechtbank voldoende betrokken en gewogen.
Eiseres heeft onvoldoende onderbouwd dat aanvullende garanties nodig zijn of dat zij en haar zoon bijzonder kwetsbaar zijn. Het beroep is daarom ongegrond verklaard en de afwijzing van de asielaanvraag blijft in stand. Eiseres krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag is ongegrond verklaard en de afwijzing blijft in stand.