ECLI:NL:RBDHA:2024:9861
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.S. Gaastra
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen voortduren maatregel bewaring vreemdeling zonder zicht op uitzetting
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 2 mei 2024 een maatregel van bewaring opgelegd aan eiser op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding.
De rechtbank heeft eerder de rechtmatigheid van de maatregel tot 14 mei 2024 beoordeeld en nu uitsluitend getoetst of het voortduren van de maatregel daarna rechtmatig is. Eiser stelde dat de staatssecretaris onvoldoende voortvarend handelt en dat er geen zicht is op uitzetting naar Algerije, mede omdat een laissez-passer nog niet was afgegeven.
De rechtbank oordeelt dat de staatssecretaris voldoende voortvarend heeft gehandeld door onder meer een rappel op 28 mei 2024 en een vertrekgesprek op 7 juni 2024. Verder is de termijn sinds de aanvraag van de laissez-passer op 22 maart 2024 nog kort, en is er geen aanwijzing dat de Algerijnse autoriteiten de afgifte zullen weigeren. Eiser heeft bovendien onvoldoende inspanningen verricht om vertrek te bespoedigen.
De rechtbank ziet geen grond om de maatregel als onrechtmatig te beoordelen en verklaart het beroep ongegrond. Het verzoek om schadevergoeding wordt eveneens afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.