Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Marokkaanse nationaliteit dragende vreemdeling zonder rechtmatig verblijf in Nederland, kreeg op 28 mei 2024 een terugkeerbesluit en een inreisverbod van twee jaar opgelegd door verweerder. Tevens werd een maatregel van bewaring opgelegd, die op 31 mei 2024 werd opgeheven. Eiser stelde beroep in tegen dit besluit en voerde aan dat hij familie heeft in Frankrijk en daar een asielaanvraag loopt, waardoor het inreisverbod zijn rechten zou schenden.
De rechtbank oordeelt dat het terugkeerbesluit terecht is genomen omdat eiser geen rechtmatig verblijf heeft en het risico op onttrekking aan toezicht voldoende is gemotiveerd. De door eiser aangevoerde omstandigheden, waaronder zijn familiebanden en vermeende asielaanvraag in Frankrijk, zijn onvoldoende onderbouwd en bieden geen reden om af te zien van het inreisverbod. De rechtbank stelt dat het inreisverbod niet in strijd is met artikel 8 EVRM Pro en dat er geen bijzondere individuele omstandigheden zijn die het besluit zouden moeten wijzigen.
Daarbij weegt mee dat eiser in het gehoor voorafgaand aan het besluit heeft verklaard geen redenen te hebben waarom het besluit niet zou moeten worden genomen. Ook is niet gebleken van een formele asielaanvraag in Frankrijk. Het beroep wordt dan ook ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het terugkeerbesluit en het inreisverbod wordt ongegrond verklaard.