Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser V-nummer: [V-nummer]
Procesverloop
Overwegingen
Conclusie
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een burger van de Democratische Republiek Congo, is op 3 juni 2024 de maatregel van bewaring opgelegd door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tevens om schadevergoeding. De rechtbank heeft het beroep op 17 juni 2024 behandeld.
De staatssecretaris motiveerde de bewaring met het risico dat eiser zich aan toezicht zou onttrekken en de uitzettingsprocedure zou belemmeren. De rechtbank stelde vast dat eiser de zware gronden onder 3c en 3i niet betwistte, welke voldoende waren om de bewaring te dragen. Eiser voerde aan dat een lichter middel passend zou zijn vanwege lopende juridische procedures en zijn wens om een strafzaak in Nederland bij te wonen, maar de rechtbank vond deze argumenten onvoldoende onderbouwd.
De rechtbank oordeelde dat het verblijf bij familie en de relatie met zijn ex-partner onvoldoende garanties bieden voor terugkeer. Ook het Openbaar Ministerie had geen bezwaar tegen uitzetting, en een visumaanvraag voor het bijwonen van de strafzaak in Congo werd als alternatief genoemd. Ambtshalve toetsing wees uit dat de bewaring tot het sluiten van het onderzoek rechtmatig was.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.