ECLI:NL:RBDHA:2024:9924

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
20 juni 2024
Publicatiedatum
26 juni 2024
Zaaknummer
NL24.2468
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8 EVRMArt. 8:81 Awb
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing voorlopige voorziening tegen uitzettingsbesluit vreemdeling

Verzoeker heeft een verblijfsvergunning op grond van familieleven (artikel 8 EVRM Pro) aangevraagd, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen op 2 januari 2024. Verzoeker maakte bezwaar tegen dit besluit en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen om uitzetting te voorkomen.

Partijen stemden ermee in de zaak zonder zitting af te doen. De Staatssecretaris verzette zich niet tegen het verzoek tot voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter oordeelde dat uitzetting van verzoeker moet worden verboden tot vier weken na de beslissing op het bezwaar.

Daarnaast werd de Staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker, vastgesteld op € 875,-, en tot restitutie van het betaalde griffierecht van € 187,-. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.

Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen en uitzetting van verzoeker wordt verboden tot vier weken na beslissing op bezwaar.

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL24.2468
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker] , verzoeker V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. J.M. Walther), en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: S. Jairam).

Procesverloop

Bij besluit van 2 januari 2024 heeft verweerder de aanvraag van verzoeker om toekenning van een verblijfsvergunning met het verblijfsdoel ‘familieleven op grond van artikel 8 EVRM Pro’ afgewezen.
Verzoeker heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt. Hij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Partijen hebben de voorzieningenrechter toestemming gegeven om de zaak zonder zitting af te doen.

Overwegingen

Op grond van artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan – onder meer – wanneer voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de rechtbank tegen een besluit bezwaar is gemaakt, de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
Verweerder heeft in een brief van 27 mei 2024 laten weten dat hij zich niet verzet tegen toewijzing van het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening totdat er een beslissing is genomen op het bezwaarschrift.
3. Nu partijen het er over eens zijn dat van uitzetting van verzoeker behoort te worden afgezien, wijst de voorzieningenrechter de voorlopige voorziening toe en verbiedt de uitzetting tot vier weken nadat op het bezwaar is beslist.
zaaknummer: NL24.2468 2
4. De voorzieningenrechter veroordeelt verweerder in de door verzoeker gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 875,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift en een wegingsfactor 1).
5. Omdat de voorzieningenrechter het verzoek toewijst, bepaalt de voorzieningenrechter tevens dat verweerder het door verzoeker betaalde griffierecht vergoedt.

Beslissing

De voorzieningenrechter:
  • wijst het verzoek om een voorlopige voorziening toe;
  • verbiedt verweerder verzoeker uit Nederland te verwijderen tot vier weken nadat op het bezwaar is beslist;
  • veroordeelt verweerder in de proceskosten tot een bedrag van € 875,-;
  • draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 187,- te vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J. Catsburg, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.M.A.F.C. Lienaerts, griffier.
zaaknummer: NL24.2468
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
20 juni 2024

Documentcode: [documentcode]

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.