ECLI:NL:RBDHA:2024:9928
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Turkse staatsburger wegens onvoldoende geloofwaardige vrees voor geweld en dienstplicht
Eiser, van Syrische afkomst en met de Turkse nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning asiel. Hij vreesde terugkeer naar Turkije vanwege discriminatie, fysiek geweld en militaire dienstplicht. De staatssecretaris wees de aanvraag af omdat hij de verklaringen over fysiek geweld ongeloofwaardig achtte en vond dat eiser niet hoefde te vrezen voor militaire dienstplicht of intrekking van zijn Turkse nationaliteit.
De rechtbank bevestigde dat Turkije terecht als land van herkomst is genomen, aangezien eiser de Turkse nationaliteit bezit. De rechtbank vond dat de staatssecretaris voldoende onderzoek had gedaan en dat eiser onvoldoende had toegelicht waarom hij aanvullend gehoord had moeten worden over zijn leven in Turkije.
De rechtbank oordeelde dat de verklaringen over fysiek geweld niet geloofwaardig waren vanwege inconsistenties en het ontbreken van context en aangifte. Ook werd geoordeeld dat eiser niet hoefde te vrezen voor militaire dienstplicht, gelet op zijn leeftijd bij naturalisatie en de toepasselijke Turkse wetgeving. Tot slot vond de rechtbank dat de vrees voor intrekking van de Turkse nationaliteit niet aannemelijk was gemaakt.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en eiser kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.