ECLI:NL:RBDHA:2024:993
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H. Hanssen - Telman
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens kennelijke ongegrondheid en oplegging inreisverbod
Eiseres, van Thaise nationaliteit, diende op 26 februari 2020 een asielaanvraag in, die door de staatssecretaris meerdere malen werd afgewezen als kennelijk ongegrond. Eerdere uitspraken van de rechtbank vernietigden deze besluiten wegens motiveringsgebreken en procedurele tekortkomingen, waarna nieuwe besluiten werden genomen. In het bestreden besluit van 18 december 2023 werd de aanvraag wederom afgewezen.
De rechtbank beoordeelde de geloofwaardigheid en zwaarwegendheid van het asielrelaas, waarin eiseres vreesde voor vervolging vanwege haar relatie met een islamitische partner en de dreiging van haar ex-echtgenoot. Hoewel de relevante elementen geloofwaardig werden geacht, concludeerde de rechtbank dat deze onvoldoende zwaarwegend waren om te spreken van een vluchtelingenstatus of een reëel risico op ernstige schade bij terugkeer naar Thailand.
Daarnaast werd het niet onverwijld melden van de asielaanvraag als reden voor afwijzing bevestigd. De rechtbank oordeelde dat de vrees voor vervolging niet aannemelijk was en dat het opleggen van een vertrektermijn en een inreisverbod van twee jaar rechtmatig was. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de asielaanvraag als kennelijk ongegrond met inreisverbod bevestigd.