Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser,
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag tot verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis. De aanvraag werd ingediend op 27 juni 2023 en de staatssecretaris had op grond van de Vreemdelingenwet 2000 uiterlijk binnen 90 dagen moeten beslissen, maar verlengde deze termijn met drie maanden. Desondanks werd geen besluit genomen binnen de gestelde termijn.
Eiser stelde de staatssecretaris op 11 januari 2024 rechtsgeldig in gebreke en diende meer dan twee weken daarna het beroep in. De rechtbank oordeelt dat sprake is van een bijzonder geval waarbij een langere beslistermijn dan de standaard twee weken gerechtvaardigd is, mede gelet op eerdere jurisprudentie van de rechtbank Arnhem en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De rechtbank legt een termijn van twintig weken op waarbinnen de staatssecretaris alsnog een besluit moet nemen. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag opgelegd voor elke dag dat de termijn wordt overschreden, met een maximum van €7.500. Daarnaast veroordeelt de rechtbank de staatssecretaris tot betaling van reeds verbeurde bestuurlijke dwangsommen van €1.442, proceskosten van €437,50 en vergoeding van het griffierecht van €187 aan eiser.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, legt een termijn van twintig weken op voor besluitvorming en legt dwangsommen en proceskosten op aan de staatssecretaris.