ECLI:NL:RBDHA:2024:9970
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in zaak EU-verblijfsdocument
Verzoekster heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid waarin haar bezwaar tegen de afwijzing van haar aanvraag voor een EU-verblijfsdocument opnieuw ongegrond werd verklaard. Het verzoek betrof het mogen afwachten van de uitspraak op het beroep in Nederland.
De voorzieningenrechter heeft geoordeeld dat aangezien het beroep (zaaknummer NL24.12011) waarop het verzoek betrekking heeft reeds is beslist, een voorlopige voorziening niet langer nodig is. Daarom is het verzoek om voorlopige voorziening als kennelijk ongegrond afgewezen.
Daarnaast heeft de voorzieningenrechter de staatssecretaris veroordeeld tot betaling van de door verzoekster gemaakte proceskosten, vastgesteld op € 875, en tot vergoeding van het betaalde griffierecht van € 187, conform het Besluit proceskosten bestuursrecht. De uitspraak is gedaan op 25 juni 2024 en staat geen hoger beroep of verzet tegen open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.