ECLI:NL:RBDHA:2025:10002

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
6 juni 2025
Publicatiedatum
6 juni 2025
Zaaknummer
NL25.19854 en NL25.20485
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Proces-verbaal
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 29 Verordening (EU) nr. 604/2013
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken procesbelang bij verlenging overdrachtstermijn en niet-behandeling asielaanvraag

Eiseres heeft tegen twee besluiten van de minister van Asiel en Migratie beroep ingesteld: de verlenging van de overdrachtstermijn aan Frankrijk en de niet-behandeling van haar asielaanvraag omdat Frankrijk verantwoordelijk is. De rechtbank behandelde de beroepen op 6 juni 2025, waarbij eiseres noch haar gemachtigde aanwezig waren.

Uit het dossier blijkt dat eiseres op 27 maart 2025 met onbekende bestemming is vertrokken en op 11 april 2025 een asielaanvraag in België heeft ingediend. Haar gemachtigde kon geen contact meer met haar krijgen en verscheen niet op de zitting.

De rechtbank concludeert dat eiseres geen prijs meer stelt op de aanvankelijk gezochte internationale bescherming en daarom geen rechtens te beschermen procesbelang heeft bij de beroepen. De beroepen worden daarom niet-ontvankelijk verklaard en eiseres krijgt geen proceskostenvergoeding.

Uitkomst: Beroepen van eiseres worden niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummers: NL25.19854 en NL25.20485
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres], eiseres

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. K.S. Kort),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

(gemachtigde: mr. J.R. Vreijsen).

Procesverloop

Bij besluit van 23 april 2025 (bestreden besluit 1) heeft verweerder de overdrachtstermijn voor de overdracht van eiseres aan Frankrijk verlengd tot achttien maanden. [1]
Bij besluit van 2 mei 2025 (bestreden besluit 2) heeft verweerder de asielaanvraag van eiseres niet in behandeling genomen, omdat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Eiseres heeft tegen de bestreden besluiten afzonderlijk beroep ingesteld.
De rechtbank heeft de beroepen op 6 juni 2025 op zitting behandeld. De gemachtigde van eiseres is, met bericht vooraf, niet verschenen. Eiseres is zonder verder bericht niet aanwezig. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank verklaart de beroepen niet-ontvankelijk.

Overwegingen

1. De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of eiseres procesbelang heeft bij haar beroepen. Gebleken is dat eiseres op 27 maart 2025 met onbekende bestemming is vertrokken. Dit volgt uit het bericht van verweerder van 16 april 2025 en 3 juni 2025. Daaruit volgt ook dat zij op 11 april 2025 een asielaanvraag ingediend in België.
2. De gemachtigde van eiseres heeft op 5 juni 2025 meegedeeld dat het haar, ondanks vele pogingen, niet meer is gelukt om contact te krijgen met eiseres en dat zij niet ter zitting zal verschijnen. Eiseres zelf is niet op de zitting verschenen noch heeft de rechtbank iets van haar vernomen.
3. Gelet op het voorgaande neemt de rechtbank aan dat eiseres geen prijs meer stelt op de door haar aanvankelijk gezochte internationale bescherming. Gelet hierop heeft eiseres geen rechtens te beschermen procesbelang bij een beoordeling van de door haar ingestelde beroepen. De beroepen van eiseres zijn daarom niet-ontvankelijk.
4. Eiseres krijgt geen vergoeding van haar proceskosten.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 6 juni 2025 door mr. K.M. de Jager, rechter, in aanwezigheid van mr. E.C. Jacobs, griffier, en geanonimiseerd gepubliceerd op
www.rechtspraak.nl.
Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.

Voetnoten

1.Op grond van artikel 29, tweede lid, van de Verordening (EU) nr. 604/2013 (Dublinverordening).