ECLI:NL:RBDHA:2025:1005
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening en interstatelijk vertrouwensbeginsel
Eiser, met de Indiase nationaliteit, diende op 11 september 2024 een asielaanvraag in Nederland in. Nederland stelde vast dat Oostenrijk verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn aanvraag op grond van eerdere aanvragen in Oostenrijk en Duitsland en de Dublinverordening. De minister nam de aanvraag niet in behandeling en eiser stelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet toepasbaar is vanwege structurele tekortkomingen in Oostenrijk en discriminatie.
De rechtbank oordeelt dat eiser onvoldoende objectieve en feitelijke aanwijzingen heeft geleverd om het vermoeden te weerleggen dat Oostenrijk zijn internationale verplichtingen nakomt. De aangevoerde rapporten en nieuwsartikelen tonen geen zodanige ernstige tekortkomingen die een risico op onmenselijke behandeling rechtvaardigen. Ook de persoonlijke ervaringen van eiser zijn onvoldoende onderbouwd.
Verder is de minister niet tekortgeschoten in zijn onderzoek en motivering en heeft hij terecht geen gebruik gemaakt van de discretionaire bevoegdheid om overdracht te weigeren. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter J.M. Emaus en griffier B. Voors.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.