Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker], verzoeker,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
Verzoeker had een aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ingediend, welke door de minister van Asiel en Migratie op 25 september 2024 werd afgewezen. Verzoeker maakte bezwaar tegen deze afwijzing en vroeg tevens om een voorlopige voorziening.
Op 20 januari 2025 besloot de minister op het bezwaar, waarmee het bezwaar niet langer aanhangig was. Verzoeker stelde geen beroep in tegen deze beslissing binnen de daarvoor gestelde termijn. Hierdoor kon het verzoek om een voorlopige voorziening niet worden voortgezet op grond van artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het verzoek om een voorlopige voorziening kennelijk niet-ontvankelijk was en wees het verzoek af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening is niet-ontvankelijk verklaard omdat bezwaar is afgehandeld en geen beroep is ingesteld.