Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker], verzoeker,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Verzoeker diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie bij besluit van 16 december 2024 werd afgewezen. Verzoeker maakte bezwaar tegen dit primaire besluit en vroeg tevens de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
Op 23 april 2025 besloot de minister op het bezwaar, waarmee het bezwaar niet langer aanhangig was. Verzoeker stelde geen beroep in tegen deze beslissing binnen de daarvoor geldende termijn. De voorzieningenrechter oordeelde dat op grond van artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht een voorlopige voorziening alleen kan worden gevraagd zolang bezwaar of beroep aanhangig is.
Omdat geen bezwaar meer openstond en geen beroep was ingesteld, werd het verzoek om een voorlopige voorziening als niet-ontvankelijk verklaard. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat geen bezwaar of beroep meer aanhangig is.