Uitspraak
Hoofdverblijfplaats
Beschikking op het op 20 maart 2025 ingekomen verzoekschrift van:
[de vader] ,
[de moeder] ,
Procedure
- het verzoekschrift, met bijlagen;
- het verweerschrift;
- het bericht van 22 april 2025 van de vader, met bijlage.
- de vader bijgestaan door zijn advocaat;
- K. Meijer namens de Raad voor de Kinderbescherming.
Feiten
- De vader en de moeder hebben een affectieve relatie met elkaar gehad.
- Zij zijn de ouders van de minderjarige [minderjarige] (hierna: [minderjarige] ), geboren op [datum] 2015 in [geboorteplaats] .
- De vader heeft [minderjarige] erkend op 31 maart 2015.
- De ouders oefenen sinds 8 september 2020 gezamenlijk het gezag uit over [minderjarige] .
- [minderjarige] heeft zijn hoofdverblijfplaats bij de moeder.
- De ouders hebben een ouderschapsplan opgesteld en op 7 september 2020 ondertekend.
- Daarin zijn de ouders – voor zover hier relevant – het volgende overeengekomen:
- Artikel 2 – Hoofdverblijfplaats
- Artikel 3.1 – Zorg/contactregeling
- Bij mondelinge beslissing van 16 november 2021 van de kinderrechter in deze rechtbank – voor zover hier relevant – is [minderjarige] van 16 november 2021 tot 16 november 2022 onder toezicht gesteld van Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden (hierna: JBW) en is JBW gemachtigd [minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen bij de vader met gezag van 16 november 2021 tot 16 februari 2022.
- Bij mondelinge beslissing van 10 november 2022 van de kinderrechter in deze rechtbank is de ondertoezichtstelling van [minderjarige] van 16 november 2022 tot 16 november 2023 verlengd met behoud van JBW als gecertificeerde instelling die belast is met de uitvoering van de ondertoezichtstelling.