Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser
de Minister van Asiel en Migratie, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, met de Algerijnse nationaliteit, stelde beroep in tegen het voortduren van een maatregel van bewaring opgelegd door verweerder op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. De rechtbank had eerder op 19 december 2024 geoordeeld dat de maatregel tot dat moment rechtmatig was.
In het huidige beroep stond de vraag centraal of vanaf 19 december 2024 de maatregel nog rechtmatig was. Eiser voerde aan dat er geen zicht was op uitzetting binnen een redelijke termijn en dat verweerder onvoldoende voortvarend handelde. De rechtbank overwoog dat sinds december 2023 in het algemeen zicht op uitzetting naar Algerije bestaat, ook voor ongedocumenteerde Algerijnen, en dat er geen aanwijzingen zijn dat dit voor eiser anders is.
Daarnaast weegt de rechtbank mee dat eiser niet meewerkt aan zijn terugkeer, geen documenten bezit en geen stappen heeft ondernomen om deze te verkrijgen. De vertraging in het proces is daardoor voor risico van eiser. Verweerder voert regelmatig vertrekgesprekken en rappels uit, en is afhankelijk van de Algerijnse autoriteiten. De rechtbank concludeert dat de maatregel van bewaring rechtmatig blijft en verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring is ongegrond verklaard.