ECLI:NL:RBDHA:2025:1012
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende geloofwaardigheid en gebrek aan gegronde vrees
Eiser, van Turkse nationaliteit, diende een opvolgende asielaanvraag in die door de minister werd afgewezen. De rechtbank behandelde het beroep en oordeelde dat de minister de identiteit en nationaliteit van eiser geloofwaardig achtte, maar de problemen met zijn vader en de vrees voor militaire dienstplicht onvoldoende onderbouwd vond.
Eiser stelde dat hij sinds zijn jeugd huiselijk geweld en bedreigingen van zijn vader ervaart en vreesde vervolging wegens dienstplichtontduiking. De minister vond de verklaringen over het geweld en de bedreigingen niet samenhangend en onvoldoende onderbouwd met objectieve documenten. Ook was er geen aanleiding voor een medisch onderzoek, omdat het dossier geen concrete aanwijzingen bevatte.
De rechtbank verwierp de argumenten van eiser over het late indienen van de asielaanvraag en de aangevoerde bronnen ter onderbouwing van zijn vrees. De vrees voor militaire dienstplicht werd niet als gegrond beoordeeld, mede omdat het mogelijk is de dienstplicht af te kopen en er geen bewijs was van disproportionele bestraffing of inzet bij gevechtshandelingen.
Ook de psychische klachten werden niet aannemelijk gemaakt, waardoor geen medische gronden voor uitstel van vertrek bestonden. De rechtbank concludeerde dat de minister de aanvraag terecht als ongegrond heeft afgewezen en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en de aanvraag blijft afgewezen.