ECLI:NL:RBDHA:2025:10140
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening verblijfsvergunning familie- of gezinslid
Verzoeksters hebben een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking 'verblijf als familie- of gezinslid'. De minister van Asiel en Migratie heeft deze aanvraag op 17 maart 2022 afgewezen. Het bezwaar van verzoeksters tegen deze afwijzing is bij besluit van 1 september 2022 eveneens afgewezen.
Tegen dit besluit hebben verzoeksters beroep ingesteld en tegelijkertijd een verzoek om voorlopige voorziening ingediend. De voorzieningenrechter heeft dit verzoek samen met andere zaken op 3 april 2024 behandeld, waarbij verzoeksters niet zijn verschenen wegens verhindering.
Op 22 mei 2024 heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep, waardoor de voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk was. Daarom is het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door de voorzieningenrechter G.W.B. Heijmans en griffier S.M. Hampsink op 11 juni 2025.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de rechtbank reeds uitspraak heeft gedaan op het beroep.