Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 14 april 2025 in de zaak tussen
[eiser 1] en [eiser 2] , uit [woonplaats] , eisers
het college van burgemeester en wethouders van Den Haag, het college
de Staat der Nederlanden (minister van Justitie en Veiligheid), de Staat.
Inleiding
Totstandkoming van het bestreden besluit
De beroepsgronden
Beoordeling door de rechtbank
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- draagt het college op binnen twaalf weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op het bezwaar van eisers, met inachtneming van deze uitspraak;
- bepaalt dat het college het griffierecht van € 184,- aan eisers moet vergoeden;
- veroordeelt het college in de proceskosten van eisers tot een bedrag van € 1.995,40;
- veroordeelt het college tot vergoeding van immateriële schade aan eisers tot een bedrag van € 400,-;
- veroordeelt de Staat tot vergoeding van immateriële schade aan eisers tot een bedrag van € 100,-;
- veroordeelt de Staat in de proceskosten van eisers tot een bedrag van € 45,35.