Eisers hebben een omgevingsvergunning aangevraagd voor het bouwen van een uitbouw aan de achterzijde van hun woning en het plaatsen van een tuinhuis in het achtererfgebied. Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag heeft deze vergunning geweigerd op grond van aantasting van het rijksbeschermd stadsgezicht Benoordenhout. Eisers maakten bezwaar, maar het college handhaafde het besluit.
De rechtbank oordeelt dat het college zich ten onrechte baseerde op het advies van de Welstands- en Monumentencommissie, omdat de achtergevel van de woning geen onderdeel uitmaakt van de beschermde cultuurhistorische waarden. Dit blijkt uit de toelichting op het aanwijzingsbesluit en de waarderingskaart, waarin alleen de voorgevels als belangrijk worden aangemerkt. Ook is een achtergevel niet vergunningplichtig indien deze niet naar openbaar toegankelijk gebied is gericht.
Daarnaast is de redelijke termijn voor de behandeling van bezwaar en beroep overschreden. De rechtbank veroordeelt het college en de Staat tot een schadevergoeding van respectievelijk €400 en €100. Het college wordt opgedragen binnen twaalf weken een nieuw besluit te nemen, met inachtneming van deze uitspraak. Tevens wordt het college veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eisers.