Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Russische nationaliteit dragende vreemdeling, werd op 10 januari 2025 in bewaring gesteld op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelde dat de maatregel van bewaring te vroeg was opgelegd, omdat hij 11 dagen in bewaring heeft moeten wachten terwijl zijn vlucht pas op 21 januari 2025 gepland stond. Hij voerde aan dat de maatregel daarom onrechtmatig was.
De rechtbank oordeelde dat de gronden voor de bewaring feitelijk juist en voldoende toegelicht waren en dat er een significant risico op onttrekking bestond. Verder bleek uit het dossier dat een eerdere overdracht op 2 december 2024 niet kon doorgaan vanwege medewerkingsweigering van eiser. Verweerder had daarom voldoende voortvarend gehandeld door op 10 januari 2025 de bewaring op te leggen en direct een vlucht aan te vragen.
De rechtbank stelde vast dat de geplande overdracht binnen zeven werkdagen na de inbewaringstelling lag en dat eiser wederom weigerde mee te werken aan de overdracht op 21 januari 2025. De vertraging en langere duur van de bewaring waren daardoor voor rekening van eiser zelf. De ambtshalve toetsing leidde niet tot een oordeel dat de bewaring onrechtmatig was. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.