Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De bewijsbeslissing
de rechtbank begrijpt: de verdachte). Ik zag dat hij iets uit zijn rugzak pakte en toen ging ik rennen de woning in. Hij liep achter mij aan. Ik zag dat hij iets groots in zijn handen had met een zwarte doek eromheen. Ik zag dat er uit dat doek een punt stak. We vielen samen op de grond omdat hij mij aanviel. Ik zag dat hij op mij instak. Ik zag dat hij het mes in zijn rechterhand hield. Hij stak meerdere malen op mij in.
de rechtbank begrijpt: [aangever]) waar is mijn fiets. [aangever] zei ik weet niet waar mijn fiets is. Ik werd boos. Ik had in mijn rugzak een mes zitten. Ik heb de tas opengemaakt. Ze zagen het mes zitten. [aangever] rende vervolgens het huis binnen. Ik ben achter [aangever] aangerend. Ik probeerde op [aangever] te springen.
Opmerking rechter-commissaris: de getuige beweegt meerdere malen haar rechtervuist vanaf haar rechteroor schuin naar voren.Ik heb gezien dat het mes in de buik van [aangever] ging.
subsidiair
4.De strafbaarheid van het bewezen verklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De strafoplegging
7.De inbeslaggenomen voorwerpen
8.De vordering tot tenuitvoerlegging
9.De toepasselijke wetsartikelen
De beslissing
gevangenisstrafvoor de duur van
12 (TWAALF) MAANDEN;
2 (TWEE) MAANDEN, niet zal worden tenuitvoergelegd onder de algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van de hierbij op
drie jarenvastgestelde
proeftijdniet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
dadelijk uitvoerbaarzijn;
maatregeldat de veroordeelde voor de duur van
3 (drie) jarenop geen enkele wijze – direct of indirect – contact zal opnemen, zoeken of hebben met [aangever] , geboren op [datum 2] 1982 te Curaçao;
2 (twee) wekenvoor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan, met een totaal maximum van
6 (zes) maanden;
dadelijk uitvoerbaar is;