3.3.Gebruikte bewijsmiddelen
Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door (een) daartoe bevoegde opsporingsambtena(a)r(en). Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, betreft dit de pagina’s van het proces-verbaal met het nummer PL1500-2024246873, van de politie eenheid Den Haag, districtsrecherche Zoetermeer – Leidschendam/Voorburg, met bijlagen (doorgenummerd pagina 1 t/m 132, ongenummerd 17 pagina’s).
1. Het proces-verbaal van aangifte van [aangever] , opgemaakt op 2 augustus 2024, voor zover inhoudende (p. 48-49):
Vanavond vierden we de verjaardag van mijn vriendin op de [adres 2] te [plaats 2] . Ik liep naar de voordeur en ik zag iemand die ik kende. Hij heette [verdachte] (
de rechtbank begrijpt: de verdachte). Ik zag dat hij iets uit zijn rugzak pakte en toen ging ik rennen de woning in. Hij liep achter mij aan. Ik zag dat hij iets groots in zijn handen had met een zwarte doek eromheen. Ik zag dat er uit dat doek een punt stak. We vielen samen op de grond omdat hij mij aanviel. Ik zag dat hij op mij instak. Ik zag dat hij het mes in zijn rechterhand hield. Hij stak meerdere malen op mij in.
Ik heb twee oppervlakkige steekwonden. Eén wond zit op mijn linkerschouder en één wond op mijn buik. Beide wonden zijn gehecht.
2. Het geschrift, te weten een geneeskundige verklaring van de Huisartsen Spoedpost Zoetermeer opgemaakt op 12 augustus 2024 met bijlage, voor zover inhoudende (ongenummerd p. 4-5):
Naam: [aangever]
Datum: 03-08-2024 om 00:41u
Op de schouder li 2 cm grote snijwond, hechting 2 x 4,0.
Snijwond in de buik tot op het SQ vet, hechting 3 x 4,0.
3. Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte] , opgemaakt op 11 december 2024, voor zover inhoudende (PL1500-2024246873-48, ongenummerd p. 2-3):
Ik vroeg aan [aangever] (
de rechtbank begrijpt: [aangever]) waar is mijn fiets. [aangever] zei ik weet niet waar mijn fiets is. Ik werd boos. Ik had in mijn rugzak een mes zitten. Ik heb de tas opengemaakt. Ze zagen het mes zitten. [aangever] rende vervolgens het huis binnen. Ik ben achter [aangever] aangerend. Ik probeerde op [aangever] te springen.
4. Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 1] , opgemaakt op 3 augustus 2024, voor zover inhoudende (p. 64):
Op 2 augustus 2024 heb ik op de [adres 2] te Zoetermeer het volgende gezien:
Ik zag twee Antilliaanse mannen ruzie maken op straat. Eén van die mannen was ook bij ons bij de barbecue. Wij kennen hem als [aangever] . Ik zag dat [aangever] bij mijn vriendin naar binnen rende. Ik zag dat de onbekende man hem volgde. Ik ben hun de woning in gevolgd en zag dat de onbekende man op [aangever] zat en zag dat de onbekende man een stekende beweging maakte naar [aangever] met het mes. Ik hoorde [aangever] schreeuwen terwijl ik zag dat de onbekende man een stekende beweging maakte. Het klonk alsof hij pijn of angst voelde.
5. Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 2] , op 27 februari 2025 opgemaakt en ondertekend door de rechter-commissaris belast met de behandeling van strafzaken in deze rechtbank en de griffier, voor zover inhoudende:
[aangever] en [verdachte] waren in de woonkamer en [verdachte] had een groot mes. Dat mes had hij buiten uit zijn rugtas gepakt. [aangever] struikelde ofzo en [verdachte] begon op hem in te steken. [verdachte] bleef maar doorgaan met het maken van stekende bewegingen terwijl hij op [aangever] zat.
Opmerking rechter-commissaris: de getuige beweegt meerdere malen haar rechtervuist vanaf haar rechteroor schuin naar voren.Ik heb gezien dat het mes in de buik van [aangever] ging.
De rechtbank zal voor feit 2 met een opgave van bewijsmiddelen, als genoemd in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering volstaan. De verdachte heeft dit bewezen verklaarde feit namelijk bekend en daarna niet anders verklaard. Daarnaast heeft de raadsvrouw geen vrijspraak bepleit. De officier van justitie heeft met betrekking tot dit feit eveneens gerekwireerd tot bewezenverklaring.
De rechtbank gebruikt de volgende bewijsmiddelen:
1. De bekennende verklaring van de verdachte, afgelegd op de terechtzitting van 25 april 2025;
2. Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 3 augustus 2024 (p. 94).