ECLI:NL:RBDHA:2025:10201
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsvergunning langdurig ingezetene en handhaving terugkeerbesluit
Eiser, een Filipijnse nationaliteit, diende op 7 augustus 2024 een aanvraag in voor een EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen. Verweerder wees de aanvraag af wegens het niet voldoen aan het vereiste van vijf jaar onafgebroken verblijf, het niet voldoen aan het inburgeringsvereiste en onvoldoende middelen van bestaan.
Eiser had eerder een verblijfsvergunning onder de beperking van mensenhandel, die werd ingetrokken na afronding van het strafrechtelijk onderzoek in 2021, waarna een terugkeerbesluit werd opgelegd. Eiser voerde aan dat het terugkeerbesluit in strijd is met artikel 8 EVRM Pro en artikel 7 Handvest Pro en dat verweerder verplicht was alternatieven te overwegen voordat het terugkeerbesluit werd opgelegd.
De rechtbank oordeelt dat eiser onvoldoende heeft onderbouwd waarom het terugkeerbesluit onrechtmatig zou zijn en stelt vast dat het eerdere terugkeerbesluit in rechte vaststaat. Het nieuwe terugkeerbesluit roept geen nieuwe rechtsgevolgen op omdat eiser niet aan het eerdere besluit heeft voldaan.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard. Er wordt geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard en het terugkeerbesluit blijft gehandhaafd.