ECLI:NL:RBDHA:2025:10215
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsaanvraag EU/EER op grond van Chavez-verblijfsrecht wegens ontbreken daadwerkelijke zorg- en opvoedingstaken
Eiseres heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsdocument EU/EER op basis van het Chavez-verblijfsrecht, nadat haar eerdere verblijfsrecht was beëindigd door vertrek uit Nederland. De minister van Asiel en Migratie wees de aanvraag af en handhaafde dit besluit in bezwaar. Eiseres voerde aan dat zij voor haar kind zorgde en dat de minister ten onrechte geen rekening hield met haar zorg- en opvoedingstaken en de omstandigheden van haar vertrek uit Nederland.
De rechtbank oordeelde dat de minister terecht alleen de periode na de terugkeer van eiseres in 2022 heeft betrokken bij de beoordeling, omdat de gezinssituatie sinds haar vertrek was gewijzigd. Uit het dossier bleek dat het kind bij zijn vader woont en dat de vader de dagelijkse zorg en opvoeding verzorgt. De door eiseres overgelegde foto's waren ongedateerd en toonden geen bewijs van daadwerkelijke zorg. De lopende procedure over gezag en zorg bij de kinderrechter was niet relevant voor de feitelijke beoordeling.
Verder stelde de rechtbank vast dat het kind de Europese Unie niet hoeft te verlaten als eiseres geen verblijfsdocument krijgt, omdat het kind bij zijn vader kan blijven. De redenen voor het vertrek van eiseres naar Egypte werden niet betrokken in de belangenafweging, omdat deze niet waren aangetoond en artikel 8 EVRM Pro bescherming biedt aan het huidige familieleven.
Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk, aangezien de uitspraak in het beroep was gedaan en er geen connexiteit meer bestond. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsaanvraag op grond van het Chavez-verblijfsrecht wordt ongegrond verklaard.